ECLI:NL:PHR:2010:BK5619
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Salduz-verweer inzake gebruik verklaring zonder advocaat bij politieverhoor
In deze zaak gaat het om de vraag of een verklaring van de verdachte, afgelegd bij de politie zonder voorafgaand advocaatcontact, in strijd met het recht op een eerlijk proces mag worden gebruikt als bewijs. De verdachte werd veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en kreeg een werkstraf opgelegd.
De verdediging voerde in cassatie aan dat toepassing van de Salduz-jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vereist dat verklaringen zonder advocaattoegang niet als bewijs mogen dienen. De Hoge Raad stelt dat een dergelijk verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden ingebracht omdat het een feitelijke beoordeling vergt die aan de feitenrechter toekomt.
De Hoge Raad benadrukt dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat de verdachte voorafgaand aan het verhoor is gewezen op zijn recht op advocaat, maar sluit niet uit dat dit wel is gebeurd zonder registratie. De verdediging kon niet eerder op de Salduz-uitspraak anticiperen omdat deze nog niet bestond bij de feitenrechter. Desondanks faalt het middel omdat cassatie geen plaats biedt voor nieuw feitenonderzoek.
Het beroep wordt daarom verworpen en de veroordeling van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de werkstraf blijft in stand.