ECLI:NL:PHR:2010:BK5999
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkte toepassing van lossingsrecht bij executoriale verkoop met cumulatieve beslagen
In deze zaak stond centraal de vraag of het lossingsrecht van artikel 3:269 BW Pro analoog kan worden toegepast op een executoriale verkoop van een woning waarop meerdere hypotheken en beslagen rusten. Eiser had een bedrag gestort dat voldoende was om de schuld aan de bank, de executerende beslaglegger, en de executiekosten te voldoen. De bank stelde echter als voorwaarde dat ook alle andere aangemelde beslagschuldeisers voldaan moesten worden voordat zij zou gunnen.
De Hoge Raad bevestigde dat het lossingsrecht van artikel 3:269 BW Pro beperkt is en alleen ziet op de executerende hypotheekhouder. Betaling aan deze executant voorkomt niet dat andere beslagleggers hun executierecht kunnen uitoefenen. De bank mocht derhalve rekening houden met de belangen van andere schuldeisers en de veiling gunnen nadat de termijn van beraad was verstreken zonder volledige betaling.
Het hof had terecht geoordeeld dat de bank niet verplicht was een concreet betalingsaanbod te accepteren en dat de door eiser gestorte € 300.053,26 pas na de termijn van beraad was ontvangen. Ook werd bevestigd dat cumulatieve beslagen blijven bestaan totdat alle schuldeisers zijn voldaan, en dat het recht van de eerste executant om de executie uit te voeren met uitsluiting van anderen een pragmatische regeling is om kosten en verwarring te voorkomen.
Eiser werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover zijn cassatieberoep betrekking had op de bank en de notaris, en het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak bevestigt de beperkte reikwijdte van het lossingsrecht en de geldende regels rond cumulatieve beslagen bij executoriale verkoop.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat betaling aan één executant niet voorkomt dat andere beslagleggers hun executierecht kunnen uitoefenen en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen bank en notaris.