ECLI:NL:PHR:2010:BK6056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vernietiging arbitraal vonnis over loonbelastingverhaal bij sportcontract
De zaak betreft een geschil tussen de voetbalclub AZ en een speler over de vraag of AZ zich op grond van artikel 27 lid 6 van Pro de Wet op de Loonbelasting (Wet LB) kan verhalen op de speler voor naheffingsaanslagen loonbelasting die de belastingdienst aan AZ heeft opgelegd. De aanslagen houden verband met betalingen van derden via een derde partij aan de speler, die door de belastingdienst als loon uit dienstbetrekking werden aangemerkt.
AZ vorderde in arbitrage betaling van het bedrag van de naheffingsaanslagen van de speler, maar de Arbitragecommissie wees deze vordering af. AZ stelde dat de commissie een onjuiste uitleg van de wet had gegeven en dat het arbitraal vonnis onvoldoende was gemotiveerd. Zowel het hof als de Hoge Raad oordeelden dat de motivering niet zodanig gebrekkig was dat vernietiging gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechter terughoudend moet zijn bij toetsing van arbitrale beslissingen en alleen kan ingrijpen bij volledige ontbrekende of evident onjuiste motivering. De uitleg van artikel 27 lid 6 Wet Pro LB door de arbiters en het hof werd als niet evident onjuist beoordeeld. Ook werd geoordeeld dat het hof terecht producties had geweigerd die te laat waren ingediend, gelet op de procesregels en goede procesorde.
De conclusie is dat het cassatieberoep van AZ wordt verworpen en het arbitraal vonnis in stand blijft, waarmee het verhaal van loonbelasting op de speler wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AZ wordt verworpen en het arbitraal vonnis dat het verhaal van loonbelasting op de speler afwijst, blijft in stand.