ECLI:NL:PHR:2010:BK6148
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs feitelijk leidinggeven aan criminele organisatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden wegens onder meer valsheid in geschrift, witwassen en deelname als leider aan een criminele organisatie. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte feitelijk leiding gaf aan de verboden gedragingen binnen de organisatie [A] B.V. en dat deze organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven.
De verdediging voerde onder meer aan dat de Nederlandse opsporingsambtenaren in Suriname niet bevoegd waren geweest tot het verrichten van opsporingshandelingen, dat het zwijgrecht van verdachte was geschonden door afluisteren van celgesprekken, en dat het bewijs onvoldoende was om het oogmerk van de organisatie aan te nemen. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de opsporingshandelingen rechtmatig waren uitgevoerd onder leiding van Surinaamse autoriteiten, dat het afluisteren van vertrouwelijke communicatie proportioneel en subsidiar was, en dat het bewijs voldoende was om het oogmerk van de organisatie vast te stellen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet heeft beantwoord of de organisatie het plegen van misdrijven als voornaamste bestaansgrond had, zoals vereist door artikel 140 Sr Pro. Hoewel het hof het oogmerk van de organisatie heeft aangenomen, ontbreekt een toereikende motivering en concrete aanwijzingen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat verboden gedragingen zich zouden voordoen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring en strafoplegging met betrekking tot de feiten die zien op het leidinggeven aan de criminele organisatie.
Daarnaast is overwogen dat de opsporingshandelingen in Suriname rechtmatig waren uitgevoerd op basis van rechtshulpverzoeken, dat het afluisteren van celgesprekken niet in strijd was met het zwijgrecht, en dat het bewijs van valsheid in geschrift en witwassen voldoende was onderbouwd. De redelijke termijn is overschreden, hetgeen bij een nieuwe beoordeling in aanmerking dient te worden genomen.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd voor bewezenverklaring en strafoplegging feitelijk leidinggeven aan criminele organisatie; zaak terugverwezen.