ECLI:NL:PHR:2010:BK6313
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste betekening en woonplaats verdachte bij oplichting
Het hof Arnhem heeft verdachte bij verstek veroordeeld voor oplichting en een gevangenisstraf van zes weken opgelegd. De dagvaarding was betekend aan de griffier omdat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland zou hebben. Verdachte had echter wel een adres opgegeven aan de politie, gelegen nabij de Duitse grens, dat niet in de GBA stond ingeschreven.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat verdachte geen bekende woon- of verblijfplaats had en dat de dagvaarding niet correct is betekend. Verdachte had een postadres aan de grens, waar hij bereikbaar was, maar niet ingeschreven stond in de gemeentelijke basisadministratie.
Verder is de motivering van het hof omtrent de strafoplegging, gebaseerd op het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende onderzocht en onbegrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar de politierechter te Zutphen voor een nieuwe berechting op de inleidende dagvaarding.
Het cassatieberoep wegens schending van de redelijke termijn wordt verworpen omdat het binnen de gestelde termijn is ingediend. De Hoge Raad kan doen wat het hof had moeten doen en vernietigt het arrest behalve het vonnis van de politierechter bij verstek, dat eveneens wordt vernietigd.
Uitkomst: Het arrest van het hof en het vonnis bij verstek worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de politierechter voor nieuwe berechting.