ECLI:NL:PHR:2010:BK6349
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik verklaring verdachte als getuige in andere strafzaak
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd samen met een medeverdachte. De verdediging verzocht het hof om de medeverdachte als getuige te horen in hoger beroep, omdat deze in een andere strafzaak als getuige had verklaard. Dit verzoek werd door het hof afgewezen wegens gebrek aan noodzaak, aangezien de medeverdachte al uitgebreid was gehoord door de rechter-commissaris en de verdediging geen nieuwe vragen wilde stellen.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof de motivering van de afwijzing onvoldoende had onderbouwd en dat het gebruik van de verklaring van verdachte als getuige in de andere zaak niet toegestaan was, omdat deze verklaring niet in het dossier van de zaak tegen verdachte was gevoegd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het juiste criterium had toegepast en dat de motivering passend was gezien de onderbouwing van het verzoek.
Voorts bevestigde de Hoge Raad dat verklaringen van verdachte als getuige in een andere strafzaak voor bewijs kunnen worden gebruikt, mits de rechten van verdachte zijn gerespecteerd. In dit geval was dat het geval, en de verklaring mocht worden meegewogen. Het cassatieberoep werd verworpen, maar de Hoge Raad wees op de overschrijding van de redelijke termijn, wat tot strafverlaging zou moeten leiden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, maar de straf wordt verlaagd wegens overschrijding van de redelijke termijn.