ECLI:NL:PHR:2010:BK6356
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt 18 jaar gevangenisstraf voor medeplegen moord en ernstige geweldsdelicten
Verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar wegens medeplegen van moord, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal door meerdere personen, poging tot diefstal en poging tot afpersing. Het slachtoffer, een Turkse zakenman, werd onder valse voorwendselen gevangen gehouden, mishandeld en uiteindelijk gewurgd in een bos bij de A50. Het stoffelijk overschot werd verborgen en pas na zes weken toevallig gevonden.
De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onvoldoende was gespecificeerd en dat verklaringen van medeverdachten niet als getuigenverklaringen gebruikt mochten worden. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof de verklaringen betrouwbaar achtte en dat het bewijs niet uitsluitend op verdachte hoefde te steunen.
Het hof motiveerde de strafverzwaring met de ernst van het delict, het gebrek aan respect voor het recht op leven, het leed van de nabestaanden en de gewijzigde regeling voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Deskundigen concludeerden dat verdachte toerekeningsvatbaar was en de kans op recidive gering.
De Hoge Raad vond de strafoplegging ruim voldoende gemotiveerd en zag geen reden tot vernietiging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de 18 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en andere ernstige feiten.