ECLI:NL:PHR:2010:BK6684
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw schuldenaar
Verzoeker heeft bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering, maar dit verzoek werd bij vonnis van 30 juni 2009 afgewezen vanwege het oordeel dat verzoeker niet te goeder trouw was ten aanzien van de ontstane schulden bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bij arrest van 15 september 2009 heeft bekrachtigd. Verzoeker stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat hij niet te goeder trouw was bij het aangaan van zijn schulden, met verwijzing naar artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet.
De Hoge Raad overweegt dat de goede trouw een gedragsmaatstaf is die alle omstandigheden van het geval omvat, zoals de aard en omvang van de schulden, het tijdstip van ontstaan, de verwijtbaarheid van de schulden en het gedrag van de schuldenaar bij het voldoen van de schulden. Het hof heeft geoordeeld dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw was, mede omdat hij onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn stellingen over de belastingschuld en de schuld aan GGN Incasso.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof deze beoordeling begrijpelijk heeft gemotiveerd en dat het cassatieberoep faalt. Het verzoek tot schuldsanering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.