ECLI:NL:PHR:2010:BK7062

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02925 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift wegens onjuiste rechtsopvatting over sepotbeslissing

Klaagster diende een klaagschrift in tot teruggave van een geldbedrag van €31.400,- die in beslag was genomen. De Rechtbank te Haarlem verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat het klaagschrift niet binnen drie maanden na het einde van de vervolgde zaak was ingediend, zoals vereist in art. 552a lid 3 Sv.

De strafzaak tegen betrokkene werd echter door de officier van justitie geseponeerd zonder tussenkomst van een rechter, waardoor volgens de Hoge Raad geen sprake was van een vervolgde zaak in de zin van art. 552a lid 3 Sv. In dat geval geldt een langere termijn van twee jaar voor het indienen van het klaagschrift.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door de sepotbeslissing als het einde van een vervolgde zaak te beschouwen. Het middel van klaagster slaagde daarom, waarna de Hoge Raad de beschikking vernietigde en verwees naar het Gerechtshof Amsterdam voor een inhoudelijke behandeling van het klaagschrift.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.

Conclusie

Nr. 08/02925 B
Mr. Vellinga
Zitting: 15 december 2009
Conclusie inzake:
[Klaagster]
1. De Rechtbank te Haarlem heeft bij beschikking van 31 januari 2008 klaagster niet ontvankelijk verklaard in het namens haar ingediende klaagschrift, strekkende tot teruggave aan klaagster van een geldbedrag van € 31.400,-.
2. Tegen deze beschikking is namens klaagster op 13 februari 2008 beroep in cassatie ingesteld.
3. Namens klaagster heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt over de niet-ontvankelijkverklaring van klaagster in haar beklag.
5. De Rechtbank heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard in haar beklag omdat zij het klaagschrift niet heeft ingediend binnen drie maanden nadat de vervolgde zaak tot een einde is gekomen (art. 552a lid 3 Sv).
6. In de besteden beschikking wordt vastgesteld dat onder [betrokkene 1] in beslag is genomen een geldbedrag en dat de strafzaak tegen [betrokkene 1] door de officier van justitie is geseponeerd.
7. Van een vervolgde zaak in de zin van art. 552a, derde lid, Sv is geen sprake wanneer een zaak, zonder dat een rechter in de zaak betrokken is, met een sepot is geëindigd. In een dergelijk geval is sprake van een situatie waarin geen vervolging is ingesteld zoals bedoeld in art. 552a, vierde lid, Sv zodat een klaagschrift uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming daarvan moet zijn ingediend. (1)
8. Het kennelijke oordeel van de Rechtbank dat, gelet op de sepotbeslissing, sprake is van een vervolgde zaak als bedoeld in art. 552a lid 3 Sv getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting.
9. Het middel slaagt.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 15 april 2008, LJN BC9406, later bevestigd in HR 7 juli 2009, LJN BI0537.