ECLI:NL:PHR:2010:BK7672
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omkeringsregel en causaal verband bij achteropaanrijding in verkeersongeval
Op 3 oktober 2004 vond een verkeersongeval plaats waarbij drie voertuigen betrokken waren: een voorligger die plotseling rechtsaf sloeg, een auto van eiser die daarop remde en een auto van verweerder 1 die achterop de auto van eiser botste. Eiser stelt dat verweerder 1 onrechtmatig handelde door niet tijdig te remmen, waardoor hij met zijn auto tegen de voorligger botste en schade leed.
De rechtbank gaf Turien c.s. een bewijsopdracht en het hof vernietigde het vonnis en oordeelde dat niet vaststaat dat het risico dat art. 19 RVV Pro beoogt te voorkomen, zich daadwerkelijk heeft verwezenlijkt. De omkeringsregel is daarom niet van toepassing. Het hof baseerde zich op het verweer dat eiser mogelijk eerst zelf tegen de voorligger is gereden, en dat de schade aan de achterzijde van zijn auto gering was, terwijl de auto van verweerder 1 geen schade had.
In cassatie betoogt eiser dat de omkeringsregel wel moet gelden omdat verweerder 1 achterop hem is gereden. De Hoge Raad volgt het hof en stelt dat eiser op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv Pro moet bewijzen dat het onrechtmatig handelen van verweerder 1 causaal verband houdt met de schade. De klacht faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de omkeringsregel niet van toepassing is en eiser het causale verband moet bewijzen.