ECLI:NL:PHR:2010:BK7690

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03419
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 FwArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbreken van huurovereenkomst met gefailleerde en gevolgen voor overdracht in faillissement

In deze cassatieprocedure staat centraal of er een huurovereenkomst bestaat tussen verzoekster en de gefailleerde onderneming, Horeca Hillegersberg B.V., en of de curator de rechten uit een dergelijke overeenkomst kan overdragen aan derden.

Verzoekers hebben de rechter-commissaris verzocht de curator te bevelen de huurovereenkomst over te dragen. De curator betwist het bestaan van een huurovereenkomst en geeft de voorkeur aan het buiten de boedel laten van de kwestie en het op korte termijn opheffen van het faillissement.

De rechter-commissaris en de rechtbank Rotterdam hebben het verzoek afgewezen en de ontvankelijkheid van enkele verzoekers ontzegd. De rechtbank oordeelde dat niet vaststaat dat een huurovereenkomst bestaat en dat het niet aannemelijk is dat het boedelbelang gediend is met overdracht van rechten uit een dergelijke overeenkomst.

De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk is, mede omdat er geen schriftelijk bewijs is van de huurovereenkomst en de curator deze niet kan overdragen. De klachten van verzoekers falen en de conclusie is tot verwerping van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat niet vaststaat dat er een huurovereenkomst bestaat tussen verzoekster en de gefailleerde.

Conclusie

09/03419
mr. L. Timmerman
Parket, 18 december 2009
Conclusie inzake:
1. [Verzoekster 1]
2. [Verzoekster 2]
3. [Verzoekster 3]
4. College Zorgverzekeringen
5. UWV
6. [Verzoeker 6]
(hierna: [verzoeker] c.s.)
Verzoekers tot cassatie
tegen
J.G. Princen, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement Horeca Hillegersberg B.V.
(hierna: de curator)
Verweerder in cassatie
Verkorte conclusie
1.1 Bij brief van 12 juni 2009 heeft mr. Van Broekhuijze zich namens verzoekers gericht tot de rechter-commissaris met het verzoek de curator te bevelen de (rechten uit de) door verzoekers gestelde huurovereenkomst betreffende het appartement tussen [verzoekster 1] en de gefailleerde over te dragen aan door verzoekers aangewezen derden, te weten de zoon van [verzoekster 1] ([verzoeker 6], een van de verzoekers) en een consortium van crediteuren(1).
1.2 De curator heeft zich bij brief van 23 juni 2009 aan de rechter-commissaris uitgelaten over dat verzoek. De curator stelt zich daarbij op het standpunt dat er tussen [verzoekster 1] en de gefailleerde geen huurovereenkomst bestaat, zodat hij deze ook niet kan overdragen. De curator geeft er voorts de voorkeur aan de kwestie tussen [verzoekster 1] en [betrokkene 1] buiten de boedel te laten en het faillissement op korte termijn op te heffen.
1.3 Bij beschikking van 30 juni 2009 heeft de rechter-commissaris het standpunt van de curator gevolgd en daarmee het verzoek van verzoekers afgewezen.
1.4 [Verzoeker] c.s. zijn van deze beschikking in hoger beroep gekomen bij de rechtbank Rotterdam.
Bij beschikking van 21 augustus 2009 heeft de rechtbank de beschikking van de rechter-commissaris vernietigd voor zover betrekking hebbend op de ontvankelijkheid van [verzoekster 1] en [verzoeker 6] en, opnieuw recht doende, [verzoekster 1] en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek op grond van art. 69 Fw Pro. De rechtbank bekrachtigt de beschikking van de rechter-commissaris voor het overige. Verder verklaart de rechtbank [verzoekster 1] en [verzoeker 6] niet-ontvankelijk in het verzoek tot ontslag van de curator en hun wrakingsverzoek en wijst deze verzoeken af.
1.4 Tegen deze beschikking hebben [verzoeker] c.s. tijdig(2) beroep in cassatie ingesteld.
1.5 Het verzoekschrift bevat verschillende cassatiemiddelen en is gericht tegen de rov. 3.6, 3.8 en 3.9.
De middelen klagen voornamelijk over de begrijpelijkheid van de overweging van de rechtbank voor zover de rechtbank heeft overwogen dat niet vast staat dat er een huurovereenkomst bestaat tussen [verzoekster 1] en de failliet en indien er wel een huurovereenkomst bestaat het de vraag is of de boedel met overdracht van de overeenkomst gebaat zou zijn.
1.6 De rechtbank heeft overwogen dat niet vast staat dat er een huurovereenkomst bestaat tussen de gefailleerde en [verzoekster 1]. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat niet aannemelijk is dat het boedel- en/of crediteursbelang gediend zou zijn met een overdracht van (rechten uit) de gestelde huurovereenkomst. Uit het magere dossier dat in cassatie overgelegd is(3), blijkt mijns inziens dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk is.
1.7 Zoals [verzoekster 1] zelf aangeeft in haar pleitnotitie bestond er een alimentatie-uitvoeringsovereenkomst tussen [betrokkene 2] en [verzoekster 1] waardoor [verzoekster 1] praktisch gratis kon blijven wonen. De curator heeft die overeenkomst vernietigd en vervolgens is [verzoekster 1] pas huur aan Hillegersberg B.V. gaan betalen. Volgens de curator is er echter geen schriftelijk bewijs van de afspraken tussen [verzoekster 1] en [betrokkene 2] en is de huurovereenkomst niet door [betrokkene 2] ondertekend. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat de rechtbank geoordeeld heeft dat niet vast staat dat er sprake is van een huurovereenkomst. Het middel faalt mitsdien.
1.8 Nu het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het bestaan van de huurovereenkomst niet onbegrijpelijk is, falen ook alle andere klachten. Deze behoeven hier dan ook geen bespreking meer.
2. Conclusie
Ik concludeer tot verwerping.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Zie voor de feiten en procesverloop de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 augustus 2009 onder 1.1 tot en met 2.7. De brieven met bijlagen en de beschikking van de Rechter-Commissaris van 30 juni 2009 ontbreken in het dossier.
2 Het verzoekschrift is ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 28 augustus 2009.
3 In cassatie zijn enkel de pleitnota van verzoekers, het proces-verbaal van de rechtbank Rotterdam, de beschikking van de rechtbank Rotterdam, het cassatieverzoekschrift, een tweetal faxberichten en toevoegingsbescheiden overgelegd.