ECLI:NL:PHR:2010:BK8086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onherroepelijkheid volmacht bij verkoop nalatenschap ondanks dwaling en bedrog
Verzoekster, enig kind van een overledene, vorderde de benoeming van drie deskundigen om de actuele waarde van een huis uit de nalatenschap te bepalen. Het huis was verkocht door haar familieleden voor €270.000,-, terwijl verzoekster eerder een onherroepelijke volmacht had verleend die zij later introk wegens vermeend wilsgebrek, gebaseerd op het ontbreken van een taxatierapport volgens oude wettelijke bepalingen.
De rechtbank en het hof wezen het verzoek af, stellende dat de verkoopprijs de werkelijke waarde van het huis vertegenwoordigde en dat de onherroepelijke volmacht niet kon worden herroepen omdat verzoekster de juistheid van het bedrag niet binnen de bedenktijd had onderzocht. Het hof oordeelde dat geen sprake was van bedrog of dwaling en dat het redelijk was verzoekster aan haar volmacht te houden.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet slaagt omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en het oordeel niet onbegrijpelijk is. De klachten over beroepsfouten van de notaris en vermeend onrechtmatig handelen falen eveneens, zodat het beroep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen en de onherroepelijke volmacht blijft geldig.