1 Rechtbank Rotterdam 10 september 2008, nrs. 297370/ HA ZA 07-3069; 297372/ HA ZA 07-3071; 297377/ HA ZA 07-3072; 297378/ HA ZA 07-3073 (Staat/[A]), 297361/ HA ZA 07-3063 (Staat/[B]), en 297365/ HA ZA 07-3066 (Staat/[C] c.s.), niet gepubliceerd. [A] is van zijn vier vonnissen in cassatie gekomen met één dagvaarding d.d. 6 oktober 2008 (zie onderdeel 4).
2 Wel wijkt de nummering van de overwegingen van het vonnis inzake Staat/[A] af van die van de vonnissen inzake Staat/[B] en Staat/[C] c.s.
3 HR 7 maart 1980, nr. 11 539, na conclusie Martens, LJN: AB7499, NJ 1980, 611, met noot WHH.
4 Wet van 7 december 2006, Stb. 666 (Verbeterblad), houdende regels inzake de inrichting van het landelijke gebied , zoals deze wet is gewijzigd bij de Wetten van 7 december 2006, Stb. 666; 5 maart 2007, Stb. 105; 29 december 2008, Stb. 2009, 18.
5 Zie 'Deel A, Inleiding' van het Landinrichtingsplan herinrichting IJsselmonde, productie 1, dossierstuk nr. 9 (procesdossier [A]) inzake Staat/[A]. Deze productie zit ook in de andere dossiers.
6 De Dienst Landelijk Gebied (DLG) is een agentschap van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Hij werkt voor bestuurlijke opdrachtgevers en voert ook wettelijke taken uit. De kernactiviteiten zijn inrichten, gronden verwerven en overdragen, geldstromen bundelen en stroomlijnen, en coördineren, zie http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=120,1&_dad=portal&_schema=PORTAL.
7 Zie bijv. bijlage 1, dossierstuk nr. 2 (procesdossier [A]) inzake Staat/[A].
8 Koninklijk Besluit tot onteigening van 3 oktober 2005, Stcrt. 4 november 2005, nr. 215, blz. 16 e.v.
9 Zie r.o. 2.6 en 2.7 in de uitspraken van de Rechtbank in de zaken Staat/[A].
10 Dat maak ik op uit punt 11 van de pleitnota van [B] voor de Rechtbank (uw zaaknr. 08/04308).
11 Landinrichtingsplan herinrichting IJsselmonde, productie 1, dossierstuk nr. 9 in het procesdossier Staat/[A].
12 Zie de schriftelijke toelichting in zaak nr. 08/04307 namens de Staat, blz. 2, onderdeel 1.7.
13 Zie de schriftelijke toelichting namens de Staat, blz. 2, onderdeel 1.5.
14 In [A]s cassatiedagvaarding wordt abusievelijk verwezen naar r.o. 3.7 (de nummering in de vonnissen inzake [B] en [C] c.s.); bedoeld wordt r.o. 2.8 (zie schriftelijke toelichting, blz. 8, onderdeel 27).
15 Rolnrs. 297370/ HA ZA 07-3069; 297372/ HA ZA 07-3071; 297377/ HA ZA 07-3072; en 297378/ HA ZA 07-3073.
16 Veegens bestempelt "tal van processuele voorschriften" als van openbare orde; zie D.J. Veegens, Cassatie in burgerlijke zaken, Kluwer, Deventer 2005, nr. 135 (4e druk).
17 Schriftelijke toelichting van de Staat, blz. 2, onderdeel 1.7.
18 Zie punt 6 van de vier dagvaardingen van 28 september 2007 (dossierstukken nr. 1, procesdossier van de Staat).
19 Zie de schriftelijke toelichting Staat, blz. 2, onderdeel 1.5.
20 297370/ HA ZA 07-3069; 297372/ HA ZA 07-3071; 297377/ HA ZA 07-3072; 297378/ HA ZA 07-3073.
21 R.J.B. Boonekamp, A.C. van Schaick en E.M. Wesseling-van Gent (red.), Wet en Rechtspraak Burgerlijke rechtsvordering (inclusief EEX-verordening), Kluwer, Deventer 2007, blz. 565 e.v.
22 HR 7 maart 1980, nr. 11539, na conclusie Martens, LJN: AB7499, NJ 1980, 611, met noot WHH.
23 HR 23 december 2005, nr. C04/231HR (1418), na conclusie Strikwerda, LJN: AU3252, NJ 2007, 162, met noot H.J. Snijders.
24 HR 27 februari 2004, nr. C02/256HR, na conclusie Huydecoper, LJN: AO0973, NJ 2004, 239.
25 D.J. Veegens, t.a.p., nr. 139 (4e druk).
26 In gelijke zin mijn ambtgenoot Huydecoper, conclusie voor HR 27 februari 2004, nr. C02/256HR (Tuinders/Ontvanger), NJ 2004, 239, onderdeel 7 (zie ook de onderdelen 8 t/m 14 over verschillende beroepen in één cassatiedagvaarding).
27 Zie ook V.C.A. Lindijer, De goede procesorde, serie Burgerlijk Proces & Praktijk, Kluwer, Deventer 2006; paragraaf 6.7 is gewijd aan de "Vereniging van afzonderlijke gedingen in beroep" (blz. 394-402).
28 V.C.A. Lindijer, t.a.p., paragraaf 6.7.3, blz. 398 e.v.
29 In gelijke zin mijn ambtgenoot Huydecoper, t.a.p., onderdeel 9. Lindijer, t.a.p., blz. 400-402, betoogt dat niet-ontvankelijkverklaring een te zware sanctie is. Een alternatief kan zijn ontvankelijkverklaring gevolgd door ambtshalve splitsing door de Hoge Raad (vgl. subjectieve cumulatie van vorderingen en de bevoegdheid van de rechter om ambtshalve te splitsen). Zie ook de conclusie van A-G Martens voor het geciteerde arrest HR NJ 1980, 611.
30 'Vervroegd' wil zeggen: voordat de schadevergoeding is bepaald; sinds 1972 hoeft de schadevergoeding niet meer vooraf bepaald te zijn, maar ontvangt de onteigende bij het vonnis tot vervroegde onteigening een voorschot - bij overeenstemming 100% en bij geschil doorgaans 90% van het (redelijke) aanbod van de onteigenende partij - waarna - na deskundigenrapportage - nog een vonnis tot definitieve bepaling van de schadevergoeding volgt (zie de art. 54f e.v., met name 54i e.v. Ow. (sinds 1972: Stb. 1972, 578) , alsmede Telders, nieuw voor oud, Kluwer, Deventer 2006, nr. 103).
31 P.J.J. van Buuren, A.A.J. de Gier, A.G.A. Nijmeijer en J. Robbe, Hoofdlijnen ruimtelijk bestuursrecht, 7e druk, Kluwer, Deventer 2009, blz. 234-241.
32 Schriftelijke toelichting, onderdeel 35.
33 Schriftelijke toelichting, onderdeel 2.6.
34 De onteigening dient voorts i) in het algemeen belang; ii) in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling; en iii) urgent te zijn; zie P.J.J. van Buuren, A.A.J. de Gier, A.G.A. Nijmeijer en J. Robbe, t.a.p., blz. 235.
35 Zie het KB tot onteigening, Stcrt. 2005, nr. 215, blz. 16 e.v.
36 Schriftelijke toelichting, blz. 7, onderdeel 23.
37 HR 9 februari 2000, nr. 1272 (Strijpse Kampen), na conclusie Ilsink, LJN: AA4852, NJ 2000, 418, met noot PCEvW.
38 Zie EHRM 23 oktober 1985 (Benthem), LJN: AC9055, NJ 1986, 102; zie: HR 25 mei 1988, 25 mei 1988, nr. 1088, na conclusie Moltmaker, LJN: AC8890, NJ 1988, 927, met noot MS.
39 Zie HR 7 november 1990, nr. 1117, na conclusie Moltmaker, LJN: AC0041, NJ 1991, 65; HR 2 april 1997, nr. 1231, na conclusie Loeb, LJN: AB7981, NJ 1997, 730, met noot PCEvW.
40 HR 29 juni 1988, nr. 1091(Van Beurden/Tilburg), na conclusie Moltmaker, LJN: AD0386, NJ 1989, 52, met noot MS.
41 HR 30 juni 2006, nr. C05/154HR (1436) ([I] /Gemeente 's-Gravenhage), na conclusie Verkade, LJN: AV9441, NJ 2007, 131, met noot PCEvW.
42 HR 10 augustus 1994, nr. 1175 (Visser/Amsterdam), conclusie Moltmaker, LJN: AC1572, NJ 1996, 15, met noot MB.
43 HR 2 april 1997, nr. 1231 (Semler/ Assen), na conclusie Loeb, LJN: AB7981, NJ 1997, 730, met noot PCEvW.
44 HR 4 april 2001, nr. 1303 ([...]/Gemeente Rotterdam en het kerkgenootschap De Parochie van de Heilige Lambertus), na conclusie Ilsink, LJN: AB1246, NJ 2001, 306.
45 Zie bijvoorbeeld HR 25 mei 1988, nr. 1088, na conclusie Moltmaker, LJN: AC8890, NJ 1988, 927, met noot MS; HR 10 augustus 1994, nr. 1172, na conclusie Moltmaker, LJN: AC1573, NJ 1996, 35, met noot MB.
46 Schriftelijke toelichting, onderdeel 38. De eisers tot cassatie wijzen voorts (schriftelijke toelichting, onderdeel 21) op een vonnis van de Rechtbank Leeuwarden van 18 april 2007, 80286 / HA ZA 07-25, niet gepubliceerd, eveneens inzake een bestemmingsplanonteigening met een globaal plan en een wettelijke uitwerkingsplicht.
47 P.J.J. van Buuren, A.A.J. de Gier, A.G.A. Nijmeijer en J. Robbe, t.a.p., blz. 53.
48 Vervallen per 1 juli 2008. De Wet op de Ruimtelijke Ordening is vervangen door de Wet ruimtelijke ordening, Wet van 20 oktober 2006, houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, Stb. 2006, nr. 566.
49 Schriftelijke toelichting, onderdeel 39.