ECLI:NL:PHR:2010:BK8132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte betrokkenheid oorlogsmisdrijven en illegale wapenleveranties Liberia
Verdachte werd vervolgd voor medeplegen van illegale wapenleveranties aan het regime van Charles Taylor in Liberia (2001-2003) en voor deelname aan oorlogsmisdrijven gepleegd door Liberiaanse troepen en milities (2000-2002). In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken van oorlogsmisdrijven en veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor de illegale wapenleveranties. In hoger beroep sprak het hof verdachte vrij van alle feiten.
Het openbaar ministerie verzocht het hof om twee anonieme getuigen (A03 en A04), die verklaringen hadden afgelegd bij de Nationale Recherche, te horen via de rechter-commissaris op grond van artikel 226a Sv. Deze getuigen waren pas na aanvang van het onderzoek bekend geworden en hun verklaringen mochten vanwege toestemming van het Sierra Leone Tribunaal niet rechtstreeks in het dossier worden ingebracht. Het hof wees het verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van de noodzaak en twijfels over de betrouwbaarheid en relevantie van de verklaringen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het noodzakelijkheidscriterium flexibel en begrijpelijk heeft toegepast, rekening houdend met het omvangrijke dossier, het tijdstip van het verzoek en de beperkte toetsbaarheid van anonieme getuigenverklaringen. Het hof heeft niet onrechtmatig vooruitgelopen op de bewijswaarde van de verklaringen en heeft de motivering voor afwijzing voldoende gegeven. Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van verdachte.