ECLI:NL:PHR:2010:BK8137
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep bij verstrijken geldigheid ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een minderjarige die in 2007 onder toezicht werd gesteld en geplaatst in een pleeggezin voor de duur van één jaar. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing werden meerdere malen verlengd, waarbij de laatste verlenging liep tot 10 mei 2009.
Het gerechtshof vernietigde in hoger beroep de beschikking voor de toekomstige uithuisplaatsing bij de pleegouders en bepaalde dat de minderjarige binnen zes weken bij een neutraal pleeggezin moest worden geplaatst. De pleegouders kwamen hiertegen in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het geschil betrekking heeft op een periode die inmiddels is verstreken, waardoor de pleegouders geen belang meer hebben bij hun cassatieberoep. Daarom worden zij niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door het verstrijken van de geldigheid van de beschikking.