ECLI:NL:PHR:2010:BK8502
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onttrekking aan douanetoezicht bij lege container ondanks verzegeling
Deze zaak betreft de vraag of drie BMW-auto's die volgens de douaneaangifte in een container waren opgeslagen, daadwerkelijk aanwezig waren bij inslag in een douane-entrepot. De container bleek bij opening leeg, ondanks een intacte verzegeling. De inspecteur stelde dat de goederen aan het douanetoezicht waren onttrokken en legde uitnodigingen tot betaling (utb's) op voor douanerechten en omzetbelasting.
Na eerdere cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het Hof Amsterdam met de opdracht te onderzoeken of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de goederen bij aanvaarding van de aangifte niet aanwezig waren. Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet aan deze bewijslast had voldaan en bevestigde de utb's, zij het verminderd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof een te zware bewijslast had gehanteerd en dat de douane toestemming had gegeven voor het verbreken van de verzegeling. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof binnen de grenzen van de verwijzingsopdracht was gebleven en dat het vermoeden van onttrekking terecht niet was weerlegd. Het incidentele middel van de staatssecretaris, dat het juiste omzetbelastingtarief van 19% moest worden toegepast in plaats van 17,5%, werd gegrond verklaard.
De Hoge Raad gaf de overweging dat het Hof het vermoeden van onttrekking terecht niet had weerlegd en dat de zaak zelf kon worden afgedaan met vernietiging van de utb's. Tevens werd het juiste omzetbelastingtarief vastgesteld. De zaak illustreert de strikte toepassing van het douanerecht, de bewijslastverdeling en de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitnodigingen tot betaling omdat het vermoeden van onttrekking niet is weerlegd en stelt het juiste omzetbelastingtarief vast op 19%.