ECLI:NL:PHR:2010:BK9186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beleggingen met geleend geld en rapportageverplichtingen in vermogensbeheer
Eiser en zijn echtgenote sloten in 2000 diverse overeenkomsten met verweerster voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, waaronder een kredietfaciliteit die ook kon worden gebruikt voor marginverplichtingen bij optieposities. In de periode tot 2002 daalde de waarde van de portefeuilles aanzienlijk, waarna eiser de relatie beëindigde en een procedure startte wegens vermeende tekortkomingen en onrechtmatig handelen van verweerster.
De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Eiser stelde in cassatie dat met geleend geld effecten waren gekocht zonder zijn toestemming en dat de verstrekte rapportages onvoldoende waren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht niet aannam dat met geleend geld effecten waren gekocht, omdat de kredietfaciliteit mede diende voor het afdekken van marginverplichtingen en dat dit niet automatisch beleggen met geleend geld inhoudt.
Verder vond de Hoge Raad dat de klachten over onvoldoende rapportages onvoldoende concreet waren onderbouwd en dat het hof terecht geen motiveringsklacht toekende. Ook de klacht over het niet tijdig vervangen van een accountmanager faalde omdat deze niet duidelijk in appel was aangevoerd. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd.