ECLI:NL:PHR:2010:BK9216
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over prijsvermindering door schadevergoeding bij te late oplevering woning
Belanghebbende, een woningbouwer, sloot met opdrachtgevers koop-/aannemingsovereenkomsten waarin zij zich verplichtte woningen binnen 300 werkbare dagen na het gereedkomen van de ruwe begane grondvloer op te leveren. Bij te late oplevering was zij aan de kopers een schadevergoeding verschuldigd van vijf/tiende promille van de koop-/aanneemsom per dag. Belanghebbende betaalde deze schadevergoedingen, maar nam hierover geen omzetbelasting in haar aangiften op. Zij stelde dat deze schadevergoedingen als prijsverminderingen moesten worden aangemerkt en bracht de btw daarom in mindering.
De Inspecteur wees dit af, waarna belanghebbende bezwaar en beroep instelde. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat de schadevergoedingen geen prijsverminderingen waren, maar het Hof 's-Gravenhage vernietigde dit oordeel en kwalificeerde de schadevergoedingen wel als prijsverminderingen in de zin van artikel 29, lid 1, onderdeel b, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Procureur-Generaal concludeerde dat de schadevergoedingen een rechtstreeks verband houden met de prestatie van oplevering en daarmee een vermindering van de vergoeding vormen. De Hoge Raad werd geadviseerd het beroep van de Staatssecretaris ongegrond te verklaren en de zaak zelf af te doen. Tevens werd toegelicht dat de teruggaaf ook kan worden verleend indien het verzoek niet bij de aangifte, maar in de bezwaarfase is gedaan, conform het beginsel van fiscale neutraliteit en de ruime uitleg van artikel 29 van Pro de Wet.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de schadevergoedingen als prijsverminderingen gelden met recht op teruggaaf van de omzetbelasting.