ECLI:NL:PHR:2010:BK9631
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurprijs bedrijfsruimte en beoordeling vergelijkingspanden volgens oud huurrecht
Deze zaak betreft de nadere vaststelling van de huurprijs van een gehuurd bedrijfspand op grond van het oude huurrecht (art. 7A:1632a oud BW). De huurder vordert cassatie tegen het hofarrest waarin de huurprijs werd vastgesteld op basis van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse.
In eerste aanleg werd de Bedrijfshuuradviescommissie (Bhac) als deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Het hof stelde zes nadere vragen aan deskundigen, die een nieuw rapport uitbrachten. Het hof volgde dit rapport en stelde een hogere huurprijs vast dan in eerste aanleg.
De klachten in cassatie betreffen onder meer de uitsluiting van een pand dat als sexclub werd geëxploiteerd uit de vergelijking, het tardief inbrengen van de ITZA-benadering door de huurder en de waardering van horecavergunningen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht ruime beoordelingsvrijheid toekomt, dat het pand met onduidelijke bestemming buiten de vergelijking mocht blijven, dat het beroep op de ITZA-benadering te laat was en dat het hof zich terecht op het deskundigenrapport heeft gebaseerd bij de waardering van horecavergunningen.
De Hoge Raad verwerpt de cassatieklachten en bevestigt daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieklachten en bevestigt de vastgestelde huurprijs op basis van vergelijkbare bedrijfsruimte.