ECLI:NL:PHR:2010:BL0005

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04080
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam wegens onjuiste veronderstelling over afzien van antwoordakte

De zaak betreft een cassatieberoep van DEM Management Services B.V. tegen een arrest van het hof Amsterdam van 21 juli 2009. Het hof had het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd waarbij de gevraagde voorzieningen door DEM in kort geding waren geweigerd.

Het cassatieberoep richt zich op het oordeel van het hof dat DEM na een tussenarrest van 10 maart 2009 zou hebben afgezien van het nemen van een antwoordakte. Dit oordeel leidde ertoe dat het hof het hoger beroep niet op de juiste grondslag beoordeelde.

De Hoge Raad stelt vast dat DEM wel degelijk een antwoordakte heeft genomen, hetgeen blijkt uit overgelegde faxberichten en correspondentie van het hof. Hierdoor is het oordeel van het hof onjuist en moet het arrest worden vernietigd en de zaak worden terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing.

De overige klachten van het cassatiemiddel behoeven geen bespreking. De uitspraak benadrukt het belang van correcte procesrechtelijke beoordeling en het juiste gebruik van procedurele veronderstellingen door het hof.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.

Conclusie

09/04080
Mr L. Strikwerda
Zt. 15 jan. 2010
conclusie inzake
DEM Management Services B.V.
tegen
[Verweerster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het tijdig door eiseres tot cassatie, hierna: DEM, ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 21 juli 2009. Bij dit arrest heeft het hof op het hoger beroep van DEM het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 25 september 2008, waarbij de door DEM in kort geding gevraagde voorzieningen tegen thans verweerster in cassatie, hierna: [verweerster], zijn geweigerd, bekrachtigd. Het cassatieberoep berust op één middel dat drie klachten bevat.
2. [Verweerster] heeft een conclusie van antwoord genomen en zich daarbij gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.
3. Het middel is gericht tegen het oordeel van het hof - in r.o. 1 van het bestreden arrest - dat DEM, na het door het hof gewezen tussenarrest van 10 maart 2009, heeft afgezien van antwoordakte, alsmede tegen de daaraan door het hof verbonden gevolgtrekking - in r.o. 2.2 van het bestreden arrest - voor de beoordeling van de gronden waarop DEM de door haar verlangde voorzieningen heeft gevraagd.
4. Gezien het door DEM overgelegde afschrift van het in de cassatiedagvaarding vermelde faxbericht d.d. 22 juli 2009 van het hof en van de brief d.d. 28 augustus 2009 van de voorzitter van de kamer van het hof die het bestreden arrest heeft gewezen, moet in cassatie als vaststaand worden aangenomen dat, anders dan het hof heeft geoordeeld, DEM niet heeft afgezien van antwoordakte, maar de desbetreffende akte heeft genomen.
5. Hieruit volgt dat de door het middel onder B geformuleerde klacht dat het hof, door bij zijn verdere beoordeling van het hoger beroep abusievelijk ervan uit te gaan dat DEM had afgezien van antwoordakte terwijl deze akte wel was genomen, het geding in hoger beroep niet heeft beslist op de grondslag van hetgeen DEM aan haar vordering ten gronde heeft gelegd, doel treft.
6. De overige door het middel aangevoerde klachten behoeven geen bespreking.
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest van het gerechtshof te Amsterdam en tot verwijzing van de zaak naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,