ECLI:NL:PHR:2010:BL0612
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens niet in acht nemen detentietijd in buitenland bij uitlevering
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoeker veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar wegens betrokkenheid bij valse bankbiljetten. Verzoeker stelde cassatie in tegen dit arrest, waarbij twee middelen werden aangevoerd: schending van de inzendtermijn en het niet toepassen van art. 27 lid 1 Sr Pro met betrekking tot detentie in het buitenland.
De Hoge Raad constateerde dat de inzendtermijn voor cassatie met bijna zes maanden was overschreden, hetgeen leidt tot strafvermindering. Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de tijd die verzoeker in Duitsland in detentie had doorgebracht na een Nederlands uitleveringsverzoek.
Op grond van art. 27 lid 1 Sr Pro dient deze detentietijd bij de uitvoering van de straf in mindering te worden gebracht. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en vermindert de straf. Tevens wijst de Hoge Raad op de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat eveneens tot strafvermindering leidt.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf en brengt de detentietijd in het buitenland in mindering op de opgelegde gevangenisstraf.