ECLI:NL:PHR:2010:BL0662
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging rechtspersoon wegens overtreding Drank- en Horecawet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een rechtspersoon is ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overtreding van artikel 14, eerste lid, van de Drank- en Horecawet. De tenlastelegging betrof het verkopen van pinda's en Franse kaasjes bij rum, hetgeen als een overtreding werd beschouwd.
Het cassatieberoep omvatte drie middelen: het eerste middel klaagde dat het hof bewijs had gebruikt dat niet ter zitting was besproken; het tweede middel betwistte de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie omdat de wet destijds geen strafrechtelijke vervolging van rechtspersonen voorzag; het derde middel betrof een kwalificatieverweer over de aard van de bedrijfsactiviteiten.
De Hoge Raad oordeelde dat het tweede middel van belang was en verwierp het omdat de wet niet uitsluit dat een rechtspersoon strafbare feiten kan plegen, maar dat bestuurders strafrechtelijk aansprakelijk zijn. De overige middelen werden verworpen wegens gebrek aan belang. De Hoge Raad bevestigde het ontslag van rechtsvervolging en wees het cassatieberoep af.
Uitkomst: Verzoekster is ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overtreding van de Drank- en Horecawet.