ECLI:NL:PHR:2010:BL1128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur inzake fiscaal advies fiscale eenheid en stallingswinst
De zaak betreft een geschil tussen BHR Holdings en Loyens over de advisering omtrent het al dan niet vormen van een fiscale eenheid tussen BHR Holdings en Overseas Finance. Loyens had geadviseerd geen fiscale eenheid aan te gaan, mede gebaseerd op het bestaan van stallingswinst, een fiscaal begrip dat betrekking heeft op winst die vooruitgewenteld kan worden voor belastingvrijstelling.
BHR stelde dat Loyens beroepsfouten had gemaakt door niet te adviseren een fiscale eenheid te vormen en door onjuiste aannames over stallingswinst, wat tot aanzienlijke fiscale schade heeft geleid. De rechtbank en het hof oordeelden dat BHR onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een beroepsfout en het noodzakelijke causaal verband met de geleden schade.
In cassatie bevestigt de Hoge Raad dat de bewijslast bij BHR ligt om aan te tonen dat Loyens niet had mogen uitgaan van het bestaan van stallingswinst en dat BHR dit bewijs niet voldoende heeft geleverd. Ook de stelplicht en bewijslastverdeling zijn correct toegepast. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van BHR wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.