ECLI:NL:PHR:2010:BL1455
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid verblijf als ongewenste vreemdeling volgens art. 197 Sr
In deze zaak is verzoeker door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens het als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij wist dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling was verklaard, zoals bedoeld in art. 197 Sr Pro.
Verzoeker stelde in cassatie dat het bewezenverklaarde feit niet strafbaar was omdat het vereiste dat hij ten tijde van het plegen van het feit nog steeds ongewenst was, ontbrak. De Hoge Raad bevestigt echter dat de delictsomschrijving van art. 197 Sr Pro niet vereist dat de vreemdeling op dat moment nog steeds ongewenst is, maar dat het voldoende is dat hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het bewezenverklaarde een strafbaar feit oplevert. Wel wordt opgemerkt dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor wat betreft de strafmaat en vermindert de straf naar een gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep in cassatie voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafbaarheid van het verblijf als ongewenste vreemdeling en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding.