ECLI:NL:PHR:2010:BL1713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest doodslag wegens onjuiste beoordeling noodweerexces en bewijswaardering
In deze zaak stond de verdachte terecht voor doodslag op het slachtoffer, waarbij het hof oordeelde dat de verdachte het slachtoffer met een mes in de rug had gestoken, hetgeen tot diens overlijden leidde. De verdachte voerde onder meer noodweerexces aan, stellende dat het slachtoffer dreigend met een steen op hem afkwam. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte dit niet eerder had gemeld en het bewijs daarvoor ontbrak.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof de verklaring van een getuige onjuist had geïnterpreteerd. Deze getuige had verklaard dat het slachtoffer iets had opgeraapt waarvan hij aannam dat het een steen was, wat het beroep op noodweerexces ondersteunt. Het hof had deze verklaring onterecht beperkt en daardoor onvoldoende gemotiveerd het verweer verworpen.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof de strafmotivering voldoende had toegelicht en dat afwijking van eerdere jurisprudentie niet onrechtmatig was. Wel constateerde de Hoge Raad een verzuim in het niet vermelden van bepaalde wetsartikelen bij de strafgrondslag, wat eenvoudig te herstellen is.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep, met inachtneming van de juiste interpretatie van het bewijs en het noodweerexces-verweer.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onjuiste bewijswaardering en motivering.