ECLI:NL:PHR:2010:BL2220
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huurovereenkomst wegens dwaling en schadevergoeding bij schending mededelingsplicht verhuurder
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen eiser en verhuurder Vesteda, waarbij eiser de overeenkomst vernietigde wegens dwaling. De dwaling hield verband met het niet informeren over ernstige overlast door een buurvrouw, waardoor eiser de woning voortijdig verliet en een andere woning betrok.
De kantonrechter vernietigde de huurovereenkomst en kende schadevergoeding toe, waarbij ook de eigen schuld van eiser werd betrokken wegens het niet toestaan van vervangende huisvesting door Vesteda. Het hof Amsterdam vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Vesteda tot betaling van een schadevergoeding, waarbij het hof de eigen schuld van eiser op 50% stelde.
In cassatie werd onder meer de vraag behandeld of de kosten van tuingereedschap en meubelbestelling als schade konden worden vergoed en of het handelen van eiser als eigen schuld kon worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de aanschafkosten van tuingereedschap geen rechtens relevante schade vormen omdat de waarde behouden bleef, en dat de annuleringskosten van meubels niet toewijsbaar waren omdat geen noodzaak tot aanschaf was gebleken.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het niet verzoeken van vervangende huisvesting door eiser weliswaar niet het causaal verband doorbreekt, maar wel als eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW Pro kan worden aangemerkt, waardoor de schadevergoeding kan worden verminderd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen; het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.