ECLI:NL:PHR:2010:BL2244
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsaanbod en bezit van perceel in hoger beroep Antillenzaak
In deze zaak ging het om een geschil over het bezit van een perceel grond te Sint Maarten. De eiser stelde dat hij het perceel sinds 1960 of 1963 gedurende ten minste twintig jaar in bezit had gehad. Het Gerecht in Eerste Aanleg had aanvankelijk het eigendom aan de eiser toegekend, maar na verzet en hoger beroep werd deze vordering afgewezen omdat het bewijs van bezit niet overtuigend was.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba bevestigde deze afwijzing, onder meer omdat uit de getuigenverklaringen niet bleek dat de eiser exclusief bezit had van het perceel en het gebruik niet duidelijk was voor derden. Tevens werd het bewijsaanbod van de eiser in hoger beroep gepasseerd wegens onvoldoende specificatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijsaanbod had gepasseerd omdat niet was aangegeven in hoeverre de getuigen meer of anders konden verklaren dan zij al hadden gedaan. Ook de feitelijke oordelen over het bezit konden in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst en werden niet voldoende bestreden. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het bewijsaanbod in hoger beroep terecht gepasseerd wegens onvoldoende specificatie.