ECLI:NL:PHR:2010:BL3179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over hinderlijk bedelen en verstoring openbare orde in Utrecht
De zaak betreft een verdachte die in Utrecht op twee momenten werd veroordeeld wegens overtreding van artikel 10, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Utrecht, omdat hij zich hinderlijk zou hebben gedragen door te bedelen, bestaande uit het aanspreken van passanten en het ophouden van de hand. Het Hof Amsterdam heeft deze gedragingen als verstoring van de openbare orde aangemerkt en de verdachte veroordeeld tot twee keer één dag hechtenis.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering. Indien het Hof heeft geoordeeld dat ieder bedelen waarbij men anderen aanspreekt en de hand ophoudt automatisch hinderlijk is en de openbare orde verstoort, is dat een onjuiste uitleg van artikel 10 APV Pro Utrecht. Indien het Hof echter heeft geoordeeld dat de gedragingen onder de gegeven omstandigheden hinderlijk waren, ontbreekt een nadere motivering of aanduiding van die omstandigheden, waardoor het oordeel onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad overweegt verder dat de APV Utrecht geen expliciet verbod op bedelarij kent, in tegenstelling tot andere gemeenten. Bedelen kan wel onder het verbod op hinderlijk gedrag vallen, maar dit vereist dat het gedrag ergernis opwekt of de openbare orde verstoort. Het enkele feit dat passanten afwijzend reageerden, is onvoldoende bewijs voor hinderlijk gedrag.
De bewezenverklaring van het bestanddeel 'ten aanschouwe van het aldaar aanwezige publiek' wordt door de Hoge Raad niet bestreden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.