ECLI:NL:PHR:2010:BL4075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens eigen schuld en bewijswaardering
Eisers stelden schadevergoeding te vorderen van verweerder wegens onrechtmatige daad. Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de rechtbank Utrecht dat de vorderingen deels toewijst en wees de vorderingen alsnog af.
Het cassatieberoep van eisers richt zich op drie middelen: onvolledige feitenvaststelling, onjuiste bewijswaardering van een getuigenverklaring van verweerder en een motiveringsklacht over de eigen schuld van eisers. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de feiten correct en volledig heeft vastgesteld, mede omdat deze waren overgenomen van de rechtbank en niet bestreden in cassatie.
De bewijswaardering van de getuigenverklaring van verweerder is volgens de Hoge Raad juist, waarbij het hof terecht oordeelde dat art. 164 lid 2 Rv Pro niet van toepassing is omdat verweerder niet de bewijslast droeg. Het hof liet de vraag van onrechtmatigheid open, maar wees aansprakelijkheid af vanwege de eigen schuld van eisers.
Ten aanzien van de eigen schuld oordeelt de Hoge Raad dat het hof voldoende en begrijpelijk heeft gemotiveerd dat eisers nalatig waren in hun onderzoek en dat verweerder kenbaar had gemaakt zelf geen onderzoek te hebben verricht. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen wegens eigen schuld.