ECLI:NL:PHR:2010:BL4086
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens vermeende werkweigering bij arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer door ABN AMRO Bank wegens vermeende werkweigering tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid. De werknemer had zich meerdere malen ziek gemeld en was door een bedrijfsarts gedeeltelijk arbeidsgeschikt verklaard, maar verscheen niet op het werk. De werkgever sommeerede haar herhaaldelijk om te komen werken en wees op mogelijke ontslaggevolgen.
De werknemer werd bij kort geding in eerste aanleg deels in het gelijk gesteld, waarna het hof Amsterdam het vonnis bekrachtigde. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van werkweigering omdat de werknemer redelijkerwijs mocht aannemen arbeidsongeschikt te zijn geweest, mede gelet op medische verklaringen en het contact tussen huisarts en bedrijfsarts.
In cassatie werd betoogd dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met het niet naleven van de controlevoorschriften en de sommaties van de werkgever. De Hoge Raad bevestigde echter dat het niet naleven van controlevoorschriften op zichzelf geen dringende reden oplevert, tenzij dit gepaard gaat met andere feiten die dat rechtvaardigen. Het hof had dit juist toegepast en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet is niet gerechtvaardigd.