ECLI:NL:PHR:2010:BL4104
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanwezigheid ernstige bezwaren bij fouillering wegens bezit cocaïne
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarbij verzoeker is veroordeeld wegens het bezit van 1,69 gram cocaïne. De verdediging voerde onder meer aan dat geen sprake was van ernstige bezwaren en dat verzoeker geen eerlijk proces had omdat de getuige niet kon worden ondervraagd.
Het hof had geoordeeld dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op basis van een concrete tip van een bekende harddrugsgebruiker die verdachte in een Chinees restaurant aanwees met drugs in zijn broekzak. Het hof verwierp het verweer dat geen ernstige bezwaren aanwezig waren, hoewel dit begrip niet volledig samenvalt met het redelijk vermoeden van schuld.
De Hoge Raad stelt dat de toets aan ernstige bezwaren een feitenrechtelijke beoordeling is die het hof terecht positief heeft beantwoord. De concrete en gedetailleerde tip, de locatie en de omstandigheden rechtvaardigden de fouillering. Ook het verweer dat de getuige niet kon worden ondervraagd faalt omdat diens verklaring slechts een ondergeschikte rol speelde in het bewijs.
Alle middelen van cassatie worden verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De veroordeling tot een geldboete wegens bezit van cocaïne wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens bezit van cocaïne en het aannemen van ernstige bezwaren voor fouillering.