ECLI:NL:PHR:2010:BL4158
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing getuigenverzoek in hoger beroep strafzaak over Opiumwet-overtreding
In deze strafzaak werd verdachte door het hof veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van een getuige van de belastingdienst, die een afspraak met verdachte had gemaakt over het bewaren van afval voor de fiscus. Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat het niet noodzakelijk was, maar gaf geen nadere uitleg.
De verdediging stelde dat het horen van deze getuige van belang was voor de strafmaat, omdat verdachte in een lastige positie zat tussen fiscus en justitie en dat dit strafverminderend zou moeten werken. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste maatstaf (noodzaak) had toegepast, maar dat het oordeel onbegrijpelijk was omdat het hof niet had gemotiveerd waarom het horen van de getuige niet noodzakelijk werd geacht.
Verder overwoog de Hoge Raad dat het hof niet vooruit mocht lopen op de inhoud van de getuigenverklaring door het verzoek zonder motivering af te wijzen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn was overschreden, wat strafvermindering zou moeten opleveren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met inachtneming van strafvermindering wegens termijnoverschrijding.