ECLI:NL:PHR:2010:BL5447
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsingsincident en geldigheid overdracht vordering in cassatieprocedure
In deze zaak staat een schorsingsincident centraal binnen een cassatieprocedure tussen eiser en verweersters Forward en Chipshol. Eiser is in cassatie gekomen tegen eerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam en een vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarbij zijn vorderingen tot schadevergoeding werden afgewezen.
Hydra heeft zich op de schorsingsgrond beroepen door aan te geven dat zij de rechthebbende is van alle vorderingen van eiser jegens Forward, Chipshol en Landinvest, en dat dit de cassatieprocedure schorst. Eiser heeft verweer gevoerd tegen deze schorsing en de Hoge Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over de nieuwe stellingen van eiser te uiten, waarin hij betwist dat er een geldige overdracht van zijn vorderingen heeft plaatsgevonden volgens art. 3:94 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad overweegt dat, alvorens verder te beslissen, de zaak naar de rol moet worden verwezen om Hydra, Forward en Chipshol de gelegenheid te geven zich uit te laten over de nieuwe feiten en stellingen die door eiser zijn aangevoerd. Dit betreft met name de vraag of aan de vereisten voor een geldige cessie is voldaan en of tijdige mededeling daarvan heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst de zaak naar de rol om partijen gelegenheid te geven zich uit te laten over de geldigheid van de overdracht van vorderingen voordat verder wordt beslist.