158. Tot slot zal de verdediging nog stil staan bij de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] waarbij met name aandacht zal worden besteed aan zijn sikkelcel ziekte.
159. Aan die ziekte is lange tijd niet voldoende aandacht besteed. Het OM zag - blijkens opmerkingen van de officier van justitie tijdens de behandeling in eerste aanleg- [verdachte] niet alleen als een grote crimineel, maar ook als een stevige gebruiker is. Het werd gebaseerd op het feit dat [verdachte] tijdens de voorgeleiding zat te trillen als een rietje. Als cliënt al zat te trillen (wat ik zelf tijdens bezoeken in het cellencomplex op de rechtbank eenmaal heb waargenomen), was dit omdat er sprake was van een sikkelcelcrisis, die volgens de brief van de inrichtingsarts, dr. Bond gepaard gaat met stevige koorts. Om er de conclusie aan te verbinden dat [verdachte] dus een gebruiker is geeft aan hoezeer men hem serieus nam in zijn ziekte gedurende zijn detentie.
160. Uit tal van reeds in eerste aanleg ingebrachte stukken blijkt dat cliënt lijdt aan sikkelcelziekte. Zijn gezondheid is sterk verslechterd door zijn periode in detentie. Met name in de beginfase was er voor de gezondheid en de ziekte van [verdachte] geen enkele aandacht. In Zoetermeer is hij onterecht (namelijk als dwangmaatregel) in een isoleercel gesmeten. Hij is toen het bewustzijn verloren. De verdediging is daarop een beklagprocedure gestart en heeft deze gewonnen, het was echter mosterd na de maaltijd.
161. Onterecht is in het PEN-ziekenhuis vervolgens de blinde darm van [verdachte] verwijderd door een verkeerd gestelde diagnose.
162. De instellingsarts van de PI Zoetermeer, dr. Van Merwe constateerde al een verslechterde gezondheidssituatie, maar schrijft de situatie over enkele weken nog eens te willen beoordelen (brief is ongedateerd, maar dit speelt in de periode juni 2005). Wellicht met de hoop op verbetering. Die kwam niet.
163. Dit wordt duidelijk uit brieven van de huisarts en instellingsarts van PI Overamstel afdeling Het Schouw, dr. Bond. Uit zijn brieven, d.d. 18-12-2005, 19-02-2006 en 7 april 2006 blijkt dat de gezondheidssituatie van [verdachte] inmiddels zo slecht is verslechterd dat er risico op aftakeling van het bot bestaat. Plaatsing van een kunstheup zou daarvan het gevolg kunnen zijn. Intensieve medische begeleiding was nodig. De MRI scan heeft inmiddels uitgewezen dat er sprake is van onherstelbare schade aan de botten. Voorts wordt in de brieven gesproken van ernstige pijnklachten en complicaties.
164. De verslechtering en constante crisis waarin [verdachte] in detentie verkeerde is mede het directe gevolg van die detentie geweest. Het OM wil doen geloven dat [verdachte] detentiegeschikt is middels een onderzoek van de justitiearts.
165. Daarover moet eerst worden opgemerkt dat de instellingsarts dr. Bond nooit heeft gezegd dat [verdachte] detentiegeschikt, dan wel ongeschikt is, omdat daarvoor volgens hem geen criteria zijn (zie zijn brief van 19-02-2006). Op basis van welke criteria en naar aanleiding van welk onderzoek de justitiearts wél tot het oordeel komt dat [verdachte] detentiegeschikt is, blijft onduidelijk.
166. Het dieptepunt van de behandeling van [verdachte] in detentie was de wijze waarop hij tijdens een zware pijncrisis naar het AMC werd vervoerd voor een MRI scan. Hij werd als een zware crimineel met zwaar bewapende figuren naar het ziekenhuis gebracht. Helemaal vernederend was het dat de bewaarders [verdachte] aan een zwarte band door de gang van het ziekenhuis trokken. Daarbij werden grappen gemaakt alsof men een hond aan het uitlaten was.
167. Ook hiertegen werd een beklagprocedure gevoerd die ertoe geleid heeft dat de directeur van de locatie Het Schouw met [verdachte] is komen praten.
168. Het gebrek aan verse lucht, de stress van het alledaagse leven in detentie, het niet goed kunnen bewegen, het heeft allemaal bijgedragen tot een verslechtering van de gezondheid van [verdachte].