ECLI:NL:PHR:2010:BL5656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen overval ondanks twijfel aan geuridentificatieproef
Op 6 augustus 2004 vond een overval plaats in een hotel te Amsterdam waarbij onder bedreiging met een pistool een medewerker werd vastgebonden en € 500 uit de kassa werd gestolen. De daders lieten een personenauto achter op het parkeerterrein. Diverse getuigenverklaringen en een positieve geuridentificatieproef wezen aanvrager als een van de daders.
De rechtbank veroordeelde aanvrager in 2005 tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen van de overval en subsidiair voor medeplegen van opzetheling. Later kwam aan het licht dat geuridentificatieproeven door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland in de periode 1997-2006 regelmatig niet volgens protocol werden uitgevoerd, waardoor de betrouwbaarheid van deze proeven twijfelachtig werd.
Aanvrager verzocht herziening van zijn veroordeling op grond van deze onregelmatigheden. De Hoge Raad overwoog dat geuridentificatieproeven uit die periode, tenzij anders bewezen, als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd en dat het gebruik ervan als bewijs een ernstig vermoeden van onrechtvaardigheid kan opleveren.
Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het overige bewijsmateriaal, waaronder de herkenning van aanvrager bij een fotoconfrontatie en verklaringen van zijn vriendin, voldoende was om de veroordeling te handhaven. De herzieningsaanvraag werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag ongegrond en bevestigt de veroordeling van aanvrager tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf.