ECLI:NL:PHR:2010:BL6072
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag ondanks betwisting werkgever
Eiser vorderde van zijn werkgever, Volker Wessels Telecom Installaties B.V. (VWTI), een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Het hof Amsterdam wees deze vordering af, stellende dat het sociaal plan dat in overleg met vakbonden was opgesteld, toereikend was voor werknemers zoals eiser die geen vakbondslid waren. Het hof vond dat onvoldoende was komen vast te staan dat eiser, gelet op zijn leeftijd, geen nieuw dienstverband kon vinden en dat hij geen gebruik had gemaakt van herscholing of begeleiding.
Eiser stelde in cassatie dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan zijn stelling dat VWTI in staat was een hogere vergoeding te betalen dan het sociaal plan bood, en dat dit het ontslag kennelijk onredelijk maakte. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht niet ontvankelijk was omdat het niet voldeed aan de vereisten van art. 407 lid 2 Rv Pro en dat het hof terecht had geoordeeld dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was.
De Hoge Raad wees er verder op dat eiser geen begrijpelijke klacht had geformuleerd tegen het oordeel van het hof dat geen van de door hem genoemde omstandigheden het ontslag kennelijk onredelijk maakte. Ook het argument dat het ontslag onredelijk was omdat eiser in augustus 2007 gebruik had kunnen maken van de vut, werd verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag afgewezen.