ECLI:NL:PHR:2010:BL6186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overschrijding cassatietermijn in nationaliteitszaak
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage die zijn verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afwees. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van de cassatietermijn van drie maanden zoals bepaald in artikel 426 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De rechtbank had haar beschikking op 4 juni 2009 uitgesproken, waardoor de cassatietermijn op 4 september 2009 verstreek. Het cassatieverzoekschrift werd echter pas op 15 september 2009 ingediend, na het verstrijken van de termijn. Er waren geen feiten of omstandigheden gesteld die een uitzondering op de strikte termijntoepassing konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Daarnaast merkte de Hoge Raad op dat het door verzoeker aangevoerde cassatiemiddel inhoudelijk ongegrond was, aangezien de rechtbank terecht had geoordeeld dat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de cassatietermijn en de noodzaak om tijdig beroep in te stellen, ook in zaken betreffende het Nederlanderschap.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.