ECLI:NL:PHR:2010:BL6478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing algemene naheffingstermijn bij onterechte taxivrijstelling motorrijtuigenbelasting
Deze zaak betreft een grootschalig onderzoek van de Belastingdienst naar taxiondernemingen waarbij naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting (mrb) en boetes zijn opgelegd wegens vermeend onterecht gebruik van de taxivrijstelling. De belanghebbende, houder van twee taxi's, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd over meerdere jaren, met boetes van 100% van de nageheven belasting. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en mat de boetes wegens termijnoverschrijding. Het hof vernietigde de uitspraken en oordeelde dat de naheffing beperkt is tot vier kwartalen voorafgaand aan de constatering op 21 december 2004, conform artikel 76 Wet Pro mrb '94.
De staatssecretaris stelde cassatieberoep in met twee middelen: dat het hof ten onrechte artikel 76 Wet Pro mrb '94 als lex specialis boven artikel 20 Awr Pro heeft gesteld, en dat het hof de constateringstermijn onjuist interpreteerde. De Hoge Raad verklaarde het eerste middel gegrond en verwierp het tweede als onvoldoende voor cassatie. De Hoge Raad overwoog dat artikel 76 Wet Pro mrb '94 niet uitputtend regelt over welke periode kan worden nageheven en slechts een regeling is voor situaties waarin de inspecteur bewijsproblemen heeft. Bij voldoende bewijs kan de inspecteur de algemene vijfjaars naheffingstermijn van artikel 20 Awr Pro hanteren.
De zaak is verwezen naar een ander hof om te beoordelen of de belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de taxi's geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer zijn gebruikt. De conclusie benadrukt de onderscheidende werking van lex specialis en lex generalis en bevestigt dat artikel 76 Wet Pro mrb '94 geen exclusieve werking heeft ten opzichte van artikel 20 Awr Pro. Ook wordt uitgebreid ingegaan op de wetsgeschiedenis van de taxivrijstelling, de naheffingstermijnen, en de bewijsregels bij fiscale boetes.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere beoordeling.