ECLI:NL:PHR:2010:BL6570
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot naheffing motorrijtuigenbelasting bij taxivervoer
Belanghebbende, een taxichauffeur, kreeg naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd omdat de inspecteur meende dat de vrijstelling voor taxivervoer ten onrechte was verleend. De rechtbank vernietigde deze aanslagen en boetes, maar het hof vernietigde deze uitspraak en wees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling van de administratie en boetes.
In cassatie stelde belanghebbende dat de inspecteur slechts bevoegd was tot naheffing over de twaalf maanden voorafgaande aan de constatering, conform artikel 76, lid 2, Wet MRB '94. De staatssecretaris voerde aan dat artikel 20 AWR Pro van toepassing is, omdat artikel 76 geen Pro exclusieve regeling is.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 76 Wet Pro MRB '94 niet lex specialis is ten opzichte van artikel 20 AWR Pro en dat de inspecteur, mits voldoende bewijs, de naheffing kan baseren op artikel 20 AWR Pro binnen de vijfjaarstermijn. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de inspecteur is bevoegd tot naheffing op grond van artikel 20 AWR.