ECLI:NL:PHR:2010:BL6675
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring inleidende dagvaarding wegens onbeschikbaar strafdossier
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in. Tijdens de procedure bleek dat het strafdossier, essentieel voor de cassatiebeoordeling, door een interne verhuizing bij het hof zoekgeraakt was. Hierdoor kon de Hoge Raad het bestreden arrest niet toetsen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de redelijke termijn was overschreden en dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet was vastgesteld en ondertekend. De Hoge Raad constateerde dat het dossier onvolledig was en dat het arrest slechts in een ongetekend uittreksel was toegezonden.
Gezien het ontbreken van het dossier en de onmogelijkheid tot toetsing, besloot de Hoge Raad om de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af te doen. De inleidende dagvaarding werd nietig verklaard, waardoor het bestreden arrest niet in stand kon blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de inleidende dagvaarding nietig wegens het ontbreken van het strafdossier, waardoor het arrest niet kan worden getoetst.