ECLI:NL:PHR:2010:BL6678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herstel van verzuim in strafoplegging wegens onjuiste wetsvermelding en vaststelling overschrijding redelijke termijn
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 30 dagen gevangenisstraf, waarvan 21 dagen voorwaardelijk, wegens mishandeling van zijn kind. Namens de verdachte werd cassatie ingesteld, waarbij twee middelen werden aangevoerd.
Het eerste middel betrof de overschrijding van de inzendtermijn van het cassatieberoep; de stukken kwamen meer dan een jaar na het instellen van het beroep aan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde vast dat ook de tweejaarstermijn voor uitspraak was verstreken, maar vond dat gezien de lichte straf volstaan kon worden met de constatering van deze overschrijding.
Het tweede middel betrof de toepassing door het Hof van artikel 300 Sr Pro in zijn gewijzigde vorm, terwijl het oude artikel 300 Sr Pro van toepassing had moeten zijn, omdat de wijziging na het plegen van het feit in werking trad. Het Hof had nagelaten dit te motiveren. De Hoge Raad herstelde dit verzuim door het oude artikel 300 Sr Pro als toepasselijk te vermelden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor zover het artikel 300 Sr Pro betreft en verwierp het cassatieberoep voor het overige. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de wetsvermelding en stelt de overschrijding van de redelijke termijn vast zonder het cassatieberoep verder te behandelen.