ECLI:NL:PHR:2010:BL6704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken medische ongeschiktheid voor ademonderzoek in rijbewijszaak
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld door het Hof Arnhem wegens het niet meewerken aan een ademonderzoek in het kader van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte voerde aan dat hij door longemfyseem en ademhalingsproblemen niet in staat was het onderzoek correct te voltooien, wat medisch ongeschiktheid tot medewerking zou betekenen.
Het hof verwierp dit verweer en achtte het niet aannemelijk dat er sprake was van medische ongeschiktheid, mede op grond van gedragswaarnemingen tijdens het onderzoek en verklaringen van betrokken verbalisanten. De longartsverklaring werd door het hof niet doorslaggevend geacht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof er terecht van uitging dat verdachte op duidelijke wijze zijn medische bezwaren kenbaar had gemaakt, maar dat het hof vervolgens zelf mocht beoordelen dat deze medische reden niet aannemelijk was. De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet verplicht was een medisch deskundige te raadplegen en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is.
De cassatiemiddelen worden verworpen en het beroep van verdachte wordt afgewezen, waarmee de veroordeling van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens het niet meewerken aan het ademonderzoek blijft in stand.