"3. Ontslag van alle rechtsvervolging o.g.v. overmacht c.q. afwezigheid van alle schuld:
Een belangrijk (wellicht het belangrijkste) beginsel van het Nederlandse strafrecht wordt verwoord door het adagium 'geen straf zonder schuld'. In een beschaafd strafrecht - het Nederlandse dient ook zo te worden omschreven - wordt het aansprakelijk stellen van een dader zinloos geacht als vaststaat dat deze geen verantwoordelijkheid voor zijn daad kan dragen.
In de onderhavige zaak is er ook sprake van een geval waarin de dader geen verantwoordelijkheid voor zijn daad kan dragen. Er is namelijk sprake van een overmachtsituatie dan wel een situatie waarin kan worden gesproken van de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld (AVAS).
Bovengenoemde strafuitsluitingsgronden worden gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden, welke het aannemelijk maken dat er sprake is van (één van) dergelijke strafuitsluitingsgronden.
a) Vaststaat dat cliënt ongewenst is verklaard en dat cliënt derhalve geen legale status heeft in Nederland. Sterker nog: cliënt diende na zijn ongewenstverklaring in 2005 Nederland zo spoedig mogelijk te verlaten.
b) Voorts is niet in het geding dat cliënt van Chinese afkomst is. Cliënt beschikt echter niet over welke vorm van identiteitspapieren dan ook. Hij is derhalve ongedocumenteerd.
c) Cliënt heeft in zijn verklaringen aangegeven dat hij Nederland wenst te verlaten, echter dat dit voor hem onmogelijk is.
d) Voormelde verklaring van cliënt wordt ondersteund door de situatie waarin Chinese illegale vreemdelingen zich in Nederland in bevinden. Deze situatie is reeds een aantal jaren aanwezig, derhalve ook op het moment dat cliënt de ten laste gelegde gedraging verrichtte (nl. 2 mei 2008). Deze situatie zal in de volgende punten worden omschreven.
e) Voor illegale Chinese vreemdelingen, zoals cliënt, dient een zogenaamde laissez-passer (LP) te worden aangevraagd bij de Chinese ambassade, daar er geen andere reisdocumenten aanwezig zijn die de vreemdeling toegang geven tot China. De enige legale manier waarop de vreemdeling het land kan verlaten is derhalve middels een door de Chinese ambassade verstrekte LP.
f) Het komt er dus op neer dat de ongedocumenteerde illegale Chinese vreemdeling afhankelijk is van de Chinese ambassade, die de LP's dient te verstrekken. Cijfers van de afgelopen jaren die weergeven in welke mate deze LP's door de ambassade worden verstrekt, zijn voor de Chinese vreemdeling weinig hoopgevend. Beter gezegd: de kans dat een
ongedocumenteerde Chinese illegale vreemdeling een LP verstrekt zal krijgen van de ambassade is nihil. In de jaren 2007 en 2008 is er namelijk geen enkele LP verstrekt door de Chinese ambassade aan ongedocumenteerde vreemdelingen. Overigens is de bijvoeging 'ongedocumenteerde' overbodig. Immers, uit cijfers van de IND is gebleken dat ook aan
'gedocumenteerden' vanaf april 2007 geen LP's meer zijn verstrekt. Voor de voornoemde cijfers verwijs ik kortheidshalve naar de door mij bijgevoegde producties (PRODUCTIE1).
g) Vreemdelingrechtelijk is er door verschillende rechtbanken en uiteindelijk ook door de Raad van State bepaald dat er in een situatie - zoals die hiervoor is omschreven - geen reëel zicht op uitzetting bestaat. Reëel zicht op uitzetting is - voor de volledigheid - een wettelijk vereiste om de illegale vreemdeling in vreemdelingenbewaring (ter fine van uitzetting) te mogen
plaatsen. Ik verwijs hierbij naar de door mij bijgevoegde producties (PRODUCTIE 2).
h) Niet alleen voor in bewaring gestelde vreemdelingen is het onmogelijk om reisdocumenten te verkrijgen, maar ook voor illegale vreemdelingen op 'vrije voeten' is dit het geval. Zoals uit de voornoemde producties blijkt is het voor illegalen - gedocumenteerd dan wel ongedocumenteerd - onmogelijk zich op legale wijze uit Nederland te verwijderen. De vraag of cliënt de benodigde inspanningen heeft verricht om aan zijn vertrekplicht te voldoen is in het geval van de illegale Chinese vreemdelingen, zoals cliënt, niet relevant. Immers, zowel ongedocumenteerde- als gedocumenteerde vreemdelingen (waar wellicht van gezegd kan worden dat deze gezien hun documenten inspanningen hebben verricht) worden door de
Chinese ambassade niet in de gelegenheid gesteld terug te keren naar China.
i) Is het voor cliënt dan mogelijk geweest om zich naar een ander land dan Nederland of China te begeven? Deze vraag moet ontkennend beantwoord worden. Ten eerste beschikte cliënt niet over de juiste reispapieren, daarnaast had cliënt ook voor geen enkel ander land een verblijfsvergunning. Cliënt zou derhalve overal ter wereld, behalve in China, in de illegaliteit
belanden. Deze illegaliteit brengt in sommige landen strafbaarheid met zich mee met zich mee. In andere landen, zoals Nederland, is dit geen gevolg, maar riskeert men wel vreemdelingenbewaring, dat vaak ook als straf kan worden beschouwd. Dit laatste is zeker in het geval van Chinese vreemdelingen, daar de vreemdelingenbewaring nimmer eindigt in een uitzetting en derhalve lang kan duren.
De vraag die naar aanleiding van het bovenstaande strafrechtelijk relevant is, is of cliënt Nederland had kunnen verlaten? O.g.v. het voormelde moet deze vraag negatief worden beantwoord. Cliënt heeft buiten zijn schuld om niet kunnen voldoen aan de verplichting Nederland te verlaten. Hij is, kort gezegd, ongedocumenteerd en is derhalve afhankelijk van de Chinese ambassade die hem een reisdocument moeten verstrekken. Dit is in de afgelopen twee jaar voor zowel gedocumenteerde- als ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen niet gebeurd. Vreemdelingrechtelijk is er sprake van het ontbreken van reëel zicht op uitzetting. Chinese vreemdelingen mogen van de Raad van State niet worden vastgezet in vreemdelingenbewaring.
Resultaat daarvan is echter wel dat de Chinees - zoals cliënt - in de illegaliteit verdwijnt. Ze begeven zich in een impasse: ze kunnen niet terug naar China, maar kunnen ook niet in Nederland blijven. Elders in het buitenland is er eveneens geen recht op verblijf. Bovendien kunnen ze daar niet naar toe reizen i.v.m. het ontbreken van geldige reispapieren. Kortom, men kan nergens heen.
De hiervoor besproken situatie - die derhalve ook voor cliënt gold t.t.v. het begane delict - dient te worden betiteld als een overmachtsituatie. Ook kan de situatie worden bestempeld als een situatie waarin sprake is van afwezigheid van alle schuld aan de zijde van cliënt, nu hem niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij Nederland niet heeft verlaten. Immers, cliënt kon nergens naar toe. Voor een soortgelijk geval verwijs ik u naar de conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad in de zaak HR LJN BE9611 (PRODUCTIE 3)
Cliënt dient dan ook van alle rechtsvervolging te worden ontslagen."