ECLI:NL:PHR:2010:BL7593
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-goede trouw bij diefstal
Verzoekster was sinds 8 juni 2009 toegelaten tot een wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Assen heeft op voordracht van de rechter-commissaris de regeling op 20 oktober 2009 beëindigd. Verzoekster ging in hoger beroep bij het hof Leeuwarden, dat op 10 december 2009 het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.
Verzoekster stelde in cassatie dat de schuld niet bestond op het moment van aanvraag noch aanvang van de regeling, en dat zij niet kwalijk te nemen viel dat zij een mogelijke strafzaak niet had gemeld. Het hof oordeelde echter dat de schuld was ontstaan door een gepleegd strafbaar feit (diefstal) dat reeds bestond vóór de toelating tot de regeling. De hoogte van de schuld werd pas later vastgesteld.
Het hof vond dat verzoekster niet te goeder trouw was, omdat zij de diefstal had gepleegd en niet uit eigen beweging was gestopt. Bovendien had zij haar werkgever niet geïnformeerd over het strafbare feit en de opgelegde straf. Dit leidde tot het oordeel dat verzoekster niet aan het goede trouw-criterium voldeed, waardoor de schuldsaneringsregeling terecht werd beëindigd.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel faalt en verwerpt het beroep, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goede trouw.