ECLI:NL:PHR:2010:BL8549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Eigendomsgeschil over strook grond tussen kadastrale grens en tuinmuur
In deze zaak staat de eigendom van een strook grond in geschil die ligt tussen de kadastrale perceelsgrens en een parallel daaraan gebouwde tuinmuur. Eiseres stelt dat zij eigenaar is gebleven van deze strook grond, die feitelijk achter de tuinmuur ligt, en vordert een verklaring voor recht en ontruiming.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de omschrijving in de notariële akte van levering uit 1991, waarin sprake is van het woonhuis met de grond waarop het is gebouwd en de grond die daarbij behoort, objectief moet worden uitgelegd. De afmetingen in de akte omvatten het gehele perceel inclusief de strook grond, zodat de strook eigendom is geworden van de koper. Het beroep op verkrijgende verjaring werd afgewezen omdat eiseres niet als bezitter te goeder trouw kon worden aangemerkt.
Het hof heeft dit oordeel bekrachtigd en de Hoge Raad bevestigt dit standpunt. De Hoge Raad benadrukt dat bij de uitleg van de leveringsakte een objectieve maatstaf geldt en dat fysieke kenmerken die niet in de akte zijn vermeld niet doorslaggevend zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht is tegen het tussenarrest.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de strook grond onderdeel is van het verkochte perceel.