ECLI:NL:PHR:2010:BL8790
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid rechtbank Rotterdam en toewijzing teruggave in BTW-carrouselfraudezaak
In deze zaak gaat het om de teruggave van een partij mobiele telefoons die in het kader van een BTW-carrouselfraudezaak in beslag waren genomen bij een op- en overslagbedrijf, dat zelf niet als verdachte was aangemerkt. De rechtbank Rotterdam had het beklag van het bedrijf gegrond verklaard, het beslag opgeheven en de teruggave gelast. Het OM stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank Rotterdam bevoegd was om kennis te nemen van het klaagschrift, omdat in de onderliggende strafzaken sprake was van rechterlijke betrokkenheid, wat een daad van vervolging inhoudt. Dit betekent dat de termijn van drie maanden na het einde van de vervolgde zaak voor het indienen van het klaagschrift van toepassing is, en niet de langere termijn van twee jaar. Hoewel het klaagschrift ruim zeven maanden na het sepot werd ingediend, was dit tijdig omdat het bedrijf pas later via zijn raadsman op de hoogte was gesteld van het sepot.
Verder stelt de Hoge Raad vast dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast bij de beoordeling van het belang van de strafvordering en de vraag wie als rechthebbende moet worden beschouwd. Omdat geen andere rechthebbende bekend is en het bedrijf niet onrechtmatig in bezit was van de telefoons, is teruggave aan het bedrijf gerechtvaardigd. Beide middelen van het OM falen, en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt verworpen en de teruggave van de in beslag genomen mobiele telefoons aan het op- en overslagbedrijf wordt bevestigd.