ECLI:NL:PHR:2010:BL9128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid vonnis ondanks procedurele misslag bij verzet in Antilliaanse strafzaak
In deze strafzaak werd verzoeker door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeeld wegens medeplegen van een opzettelijk strafbaar feit op grond van de Opiumlandsverordening 1960. Verzoeker was in eerste aanleg verstek verleend en kwam vervolgens in verzet. De verzetzaak werd behandeld alsof het verstek niet had plaatsgevonden, conform artikel 433 SvNA Pro.
Het cassatiemiddel klaagde dat het hof ten onrechte het vonnis mede baseerde op het onderzoek van de verstekzitting, terwijl volgens de wet alleen het nieuwe onderzoek in verzet als grondslag mag dienen. De Hoge Raad oordeelde dat dit een kennelijke misslag betrof die met een juiste lezing van het vonnis kon worden hersteld. Bovendien was niet aannemelijk dat verzoeker hierdoor in zijn belangen was geschaad.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde daarmee de geldigheid van het vonnis. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. De procedurele afwijking leidde niet tot nietigheid van het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling ondanks een procedurele misslag bij de behandeling van het verzet.