ECLI:NL:PHR:2010:BL9130
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks bezwaren over toepasselijk verdrag en mensenrechtenschendingen
De rechtbank te Middelburg verklaarde op 17 november 2009 de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Argentinië toelaatbaar. Tegen deze beslissing werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De cassatie richtte zich onder meer op het vermeende verzuim van de rechtbank om de toepasselijke wets- en verdragsbepalingen te vermelden, en op de grondslag van het uitleveringsverzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim eenvoudig kan worden hersteld en dat het uitleveringsverzoek gegrond is op het verdrag tussen Nederland en Argentinië uit 1893, aangevuld met het VN-verdrag tegen de sluikhandel in verdovende middelen van 1988. Hierdoor is de uitlevering rechtsgeldig, ondanks dat het oorspronkelijke verzoek alleen het oudere verdrag noemde.
Verder werd het verweer dat uitlevering zou leiden tot schending van artikel 3 en Pro 6 EVRM (mensenrechten en redelijke termijn) verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel over mogelijke schendingen primair bij de Minister van Justitie ligt en dat de rechtbank alleen kan ingrijpen bij een reëel en substantieel risico, dat hier niet is aangetoond.
Alle cassatiemiddelen werden verworpen, waarmee de uitlevering juridisch bevestigd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toelaatbaarheid van de uitlevering aan Argentinië.