ECLI:NL:PHR:2010:BL9553
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens eerdere toepassing binnen tien jaar
De zaak betreft een verzoeker die in 2002 tot de schuldsaneringsregeling werd toegelaten, maar waarbij deze regeling in 2005 werd beëindigd wegens niet-nakoming van verplichtingen, waarna een faillissement werd uitgesproken. Verzoeker vroeg in 2009 opnieuw toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd door de rechtbank en het hof afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 sub d van Pro de Faillissementswet, dat een hernieuwde toepassing binnen tien jaar na eerdere toepassing verbiedt.
Verzoeker stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder psychische problemen en verslaving, maakten dat hem een nieuwe kans moest worden geboden. De Hoge Raad overwoog dat de wettelijke regel een strikt karakter heeft en dat de uitzonderingen in de wet limitatief zijn. Bovendien is van belang dat een tussentijdse beëindiging van de regeling zonder verlening van een schone lei alleen mogelijk is indien verwijtbaarheid aan de schuldenaar kan worden toegerekend.
In deze zaak kon niet worden vastgesteld waarom in 2005 geen schone lei werd verleend, mede omdat het vonnis uit die tijd niet was overgelegd. Het opnieuw aanvoeren van feiten die al in 2005 aan de orde hadden kunnen zijn, is niet toegestaan vanwege gezag van gewijsde. Er waren geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die dit konden rechtvaardigen. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.