ECLI:NL:PHR:2010:BM0136
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt faillietverklaring ondanks gebrek aan baten en behandelt rol curator in hoger beroep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het vonnis van de rechtbank Dordrecht is bekrachtigd dat verzoekers in staat van faillissement heeft verklaard op verzoek van verweerster. Het cassatieberoep is tijdig ingesteld en richt zich op meerdere klachten over het oordeel van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft aangenomen dat de rechtbank kennis heeft genomen van het verweerschrift van verzoekers, ondanks dat dit niet expliciet in het vonnis is vermeld. Daarnaast wordt geoordeeld dat het ontbreken van baten of onvoldoende actief geen grond is om een faillissementsaanvrage af te wijzen op basis van belangenafweging of gebrek aan belang. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie en literatuur.
Verder wijst de Hoge Raad klachten af die betogen dat bepaalde wettelijke voorwaarden niet meer gelden of dat het hof onjuist oordeelde over onbetaald gelaten schulden. Ten slotte bevestigt de Hoge Raad dat het de curator vrijstaat om in het schriftelijk verslag aan het hof in hoger beroep in te gaan op de beroepsgronden van de schuldenaar. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest dat de faillietverklaring bekrachtigt blijft gehandhaafd.